Enschede aan Zee
Explainer

Water in Enschede: de ambivalente relatie van een stad met het water

7 maart Foto: Pexels

Water. Onmisbaar, maar in Enschede ook bron van ergernis en overlast. Bijna de helft van de woningen krijgt last van water bij zware regenbuien. Onder duizenden huizen stroomt grondwater de kruipruimten en kelders in. Het wordt alleen maar erger. Hoe houdt de stad de komende decennia het water buiten de deur? De komende maanden vertelt 1Twente het verhaal van onze stad en het water.

Door Ernst Bergboer

Enschede ligt niet aan zee, een rivier of binnenwater. Toch is het een waterstad. Daar zijn twee redenen voor. De eerste is dat Enschede is gebouwd op de westelijke helling van de 200.000 jaar oude Oost Twentse stuwwal. Iedereen die wel eens door de stad fietst, merkt dat: alles is vals plat. De tweede hoofdrolspeler in de waterdans is de dikke keileemlaag onder de stad die slecht water doorlaat. Dat betekent dat hemelwater niet of nauwelijks wegzakt in de bodem. De lager gelegen delen zijn drassig. De hoger gelegen delen kampen snel met droogte.

In den beginne
In de vroege Middeleeuwen ontstond een nederzetting op het grondgebied van het latere Enschede omdat er water was. De eerste bewoners waren agrariërs, afhankelijk van water voor hun akkers. Marken en beken - ruim tachtig - vormden het oer-decor van de stad. Dat is nooit veranderd. De beken verdwenen, de marken werden aanduidingen voor stadswijken, het keileem kreeg hulp van asfalt en bestrating. Het water bleef. En nu klotst het bij zware regenval door onze straten, in huizen en winkels.

Nederzetting Enschede werd stad in 1325. En bij een stad hoort een gracht. Als verdedigingswal, maar ook voor afwatering en het lozen van afval. De Stadsgraven was geboren. Enkele decennia later kwam een buitengracht, de Borggraven, die in verbinding stond met de Stadsgraven. Ruim tweehonderd jaar later, nadat Prins Maurits Enschede op de Spanjaarden veroverde, was Enschede als vesting niet meer interessant en werd de wal tussen de twee grachten geslecht en de aarde in de Borggraven gestort. De binnengracht bleef tot ook die werd gedempt met het puin van de grote brand van Enschede in 1862.

Textiel: opkomst en ondergang
De textielnijverheid maakte na de brand een enorme groei door. Enschede ontwikkelde zich tot textielcentrum van Nederland en de wereld, ook omdat er volop water was. De bevolking vervijfvoudigde in dertig jaar tijd. De stad veranderde: arbeiderswijken, fabriekscomplexen, schoorstenen en stadsvilla’s veroverden de oude marken en de geblakerde grond binnen de grachtenring. Enschede herrees. Maar door dat nieuwe grondgebruik, sneuvelden de stadsbeken.

Na de veertiger jaren van de vorige eeuw was er geen een meer over. Dat was aanvankelijk geen probleem: fabrieken, later Grolsch en het waterbedrijf putten uit waterbak Enschede en de stad bleef droog. Maar de textielindustrie verdween, Grolsch verhuisde en Vitens zette zijn pompen stil. De stad werd langzaam natter. In de komende decennia komt daar de klimaatverandering bij: meer buien met heviger regenval, langere perioden van droogte.

Enschede als koploper
Enschede staat voor een paar fikse opgaven. Deskundigen wijzen naar Amsterdam, Rotterdam en Enschede als voorbeeldsteden voor klimaatadaptatie. Enschede is de vreemde eend in die bijt - niet omdat de stad er niet thuishoort, maar omdat die koploperspositie van Enschede nauwelijks bekend is.

Een markant voorbeeld van dat innovatieve karakter van het waterbeheer in de stad is de wadi, een Enschedese vinding uit de jaren 90, die inmiddels wereldwijd navolging kreeg. In Enschede ligt ook het eerste waterplein en het grootste ondergrondse bassin voor de opvang van overtollig regenwater, aangelegd in 1971; met 15.000 m3 groter dan de ondergrondse waterberging in de Rotterdamse museumgarage.

In Noord wordt dit jaar op tien plekken drainage aangelegd om problemen met ondergelopen kelders op te lossen. In andere delen van de stad is onderzoek gaande. Onder de Oldenzaalsestraat komen enorme waterbergingen. De Roombeek stroomt weer, datzelfde geldt voor de Stadsbeek in Stadsveld. Daarmee is een klein stukje van de oorspronkelijke functie van de oude beken - afvoer van overtollig hemelwater - hersteld. Tussen Enschede en Hengelo is een omvangrijk project gerealiseerd dat moet voorkomen dat afgevoerd hemelwater uit Enschede als een vloedgolf het lager gelegen Hengelo en Almelo overspoelt: het Kristalbad.

Maar is het genoeg? In 2014 viel in Münster in zes uur tijd 220 millimeter regen; de schade bedroeg 140 miljoen Euro. Ter vergelijking: de bui die in 2010 het Enschedese centrum overstroomde bracht in 14 uur tijd 120 millimeter neerslag. Münster is niet ver; zo’n bui kan hier ook vallen. Dan zijn er 15 Kristalbaden nodig om dat water netjes te kunnen opvangen en bergen. Het roept de vraag op waar de grenzen liggen van de maakbaarheid en ons aanpassingsvermogen. Hoe ver moet je gaan in de bescherming van onze stad tegen het water? En tegen welke prijs? Het zijn vragen waar we allemaal mee te maken hebben. Het gaat om oplossingen waaraan iedereen een bijdrage kan leveren. En, als we het een beetje slim insteken, maken we de stad en onze tuin er meteen een stukje mooier mee.